De donkere nachten geven de geslachtsrijpe paling een zetje in de richting van de jaarlijkse trek naar zee en verzamelt zich derhalve tot een grote massa. Een goede tijd om wat paling te vangen.
De toenemende nachtelijke duisternis zet ook de forel aan zich te verplaatsen. Hij gaat de tegengestelde richting van de paling. De forel verlaat het zoute zeewater en zwemt richting zoete wateren. Dat biedt mogelijkheden om midden in de uitbundige Deense natuur aan een rivier- of beekkant toch goede visresultaten te hebben.
De baars is heel druk met zijn voeding; zijn bek is dan ook groot. Ruzies met meeuwen zijn nauwelijks te vermijden.
Tegen het eind van de maand is de watertemperatuur in de Deense binnenwateren op z’n hoogst. Dat klinkt misschien goed voor de vakantiegangers, maar voor de dieren die in het water leven is het minder prettig. Integendeel zelfs. Het zuurstofgehalte van het water daalt nu ook snel, terwijl het waterpeil eveneens vaak zeer laag is. Dat leidt soms tot enige vissterfte.