In oktober is er toch heel wat actief waterleven van forel en zalm. Het kuitschieten komt dichterbij. Dag en nacht zijn deze vissoorten ‘onrustig’. Hun kleur is van donker- tot lichtbruin en hun bekopening is groot.
In de meren gedijt de snoek goed. De watertemperatuur vindt hij perfect. De snoek is op sommige plaatsen dan ook in grote aantallen te vinden.
De baars is nu eveneens in topvorm en zoekt zijn plekje in het zoete water omdat hij bij kou niet in het zoute water kan overleven.
Voor de kustkabeljauw is het eveens hoogseizoen. Hij vindt goede prooien in bijvoorbeeld krabben. De forel bereidt zich voor op een winter zonder sex en blijft ook langs de kustlijn zwemmen. De vis, die soms tot een halve meter lang is, trekt langs de kust op jacht naar voedsel, want ook in de wereld der vissen geldt dat je nimmer genoeg hebt.